|
|
|
*** Miniatuur 1:12
***
sieraden en onderdelen
|
WEETJES: De meeste Latijnse plantennamen hebben een betekenis, als
je ze weet kun je al aan de naam zien welke kleur, soort bloem, soort blad,
standplaats of welk soort plant het zou kunnen zijn, ik heb er enkele op een
rijtje gezet: Over de kleur: Alba
= wit Aurantiaca
=
oranje Azurea = blauw Caerulea = blauw Chrysantha
= geel Coccinea
= rood Flava
=
geel Griseum = grijs Lutea = geel Ochroleuca
= crème Pallida
= crème Phoenicea
= paars Punica = rood Purpurea
= donker roze Rosea = roze Rubra
= rood Sanguinea
= bloed rood Sulphurea
= geel Violacea
= paarsig Viridis
= groen
Over de bijzonderheden van bloemen: (flora = bloem)
Acaulis = zonder steel Barbata
= behaard Campanulata =
klokvorm Densiflora
= compact Flore
plena = dubbel Foetida
= geurig Grandiflora = groot Longiflora = lang Macrantha = groot Micrantha = klein Multiflora = veel Odorata = geurig Parviflora = klein Pauciflora = weinig Pendula
= hangend Spicata = gespikkeld Stellata
= sterren Umbellata
= schermbloemig
Over de bijzonderheden van de bladeren: (folia = blad)
Angustifolia = smal Argentea = zilver Armata = stekelig Aurea = goud Bellidifolia = als het blad van een madeliefje Digitata = handvorm Farinosa = met meel bedekt Ficifolia = vijgenblad vorm Foliosa
= veel bladig Glabra
= glad Glutinosa = plakkerig Graminifolia = gras achtig Hirsuta = harig Hispida = borstelig Incana = grijs Lanata = wollig Lanceolata
= lancetvormig Latifolia
= breed Longifolia
= lang Macrophylla
= groot Microphylla = klein Millefolia = duizenden Mollis = zacht Ovalifolia = ovaal Parvifolia = weinig Paucifolia = weinig Pinnata = geveerd Polyphylla = veel Rotundifolia = rond Spinosa = stekelig Tenuifolia
= fijn Tomentosa
= wollig Velutina
= fluweel Villosa
= harig Viscosa
= plakkerig
Nog wat bijzonderheden over de plant in zijn geheel en standplaats
Alpina = bergplant Altissima
= groot Arenaria = houd van zanderige grond Caespitosa
= dicht Edulis
= eetbaar Fruticosa = met weinig blad Gigantea = enorm Gracialis = koude plaats Grandis = groot Humilis = kort Macrorrhiza = grote wortel Magna = groot Majus = groter Maritima = aan zee Maxima = nog groter Minima = klein Minor = nog kleiner Montana = berg Muralis = muur Nana = heel klein Officinalis = kruiden Palustris = drassig Pratensis = akker Procumbens = kruipend Prostata = liggend Pumila = klein Pygmea = klein Rivalis = bij de rivier Rivularis = bij de rivier Rupestris = heuvel Scaber = klimmend Scandens = klimmend Silvestris = bos Somnifera = slaapverwekkend Tabularis = plat Volubilis = slingerend Vulgaris = gewoon
Dan nu nog de herkomst van de planten:
Abyssinia = Etiopië Americana
= America Artcica
= Pool Australis = Australie Borealis
= noorden Bulgarica
= Bulgarije Canadensis
= Canada Canariensis = Canarische eilanden Capensisi
= Zuid Afrika Chilensis
= Chili Chinensis
= China Graecea
= Griekenland Helvetica
=
Zwitserland Japonica
= Japan Magellanica = Zuid Amerika Mexicana
= Mexico Russica
= Rusland Siberica
= Siberië Sinense
= China Texensis = Texas
Natuurlijk zijn er nog meer te noemen, dus de lijst kan nog langer worden.
VERFPLANTEN
Veel planten of delen ervan kunnen gebruikt worden om mee te verven op een natuurlijke manier, zelf weet ik niet hoe het precies in zijn werk gaat maar wel welke planten gebruikt kunnen worden, dit natuurlijk verven gebeurd al vele eeuwen, de oude Egyptenaren en de Grieken gebruikten ook planten om te verven. Als bindmiddel wordt vaak aluin of zout gebruikt, er zijn vast sites waarop beschreven staat hoe dit allemaal precies in zijn werk gaat.
ROOD (en rozig) Anchusa officinalis, Ossentong, de wortel ervan Sanguinaria canadensis, Bloedwortel de wortel ervan Galium aparine, Kleefkruid, de wortel ervan Galium verum, Walstro, de wortel ervan Galium mollugo, Walstro de wortel ervan Rubia tinctorum, de wortelstok Taraxacum officinalis, Paardenbloem. de hele plant
BLAUW (tot paars) Arctostaphylos uva-ursi, Beredruif, het gedroogde blad en aluin (bindmiddel) Taraxacum officinalis, Paardenbloem wortels Sambucus nigra. Vlierbes, geplette bessen met aluin (lila) Sambucus nigra, Vlierbes, geplette bessen met zout (blauw) Vaccinium corymbosum, Blauw bosbes Isatis tinctoria, wede, blad van de plant.
GEEL (tot oranje) Tanacetum vulgare, Wormkruid (de bloeiende toppen ervan) Agrimonia eupatoria, bloeiende toppen ervan Coreopsis tinctoria, de bloemen ervan Mercurialis perennis, Bingelkruid (plantentoppen) Betula pubescens, Berk (bladeren ervan) met aluin Matricaria chamomilla, Kamille (bloemen ervan) met aluin Curcuma domestica, Geelwortel (poeder ervan) Calendula officinalis, Goudsbloem (bloemen ervan) Juniperus communis, jeneverbes de verse geplette bessen Allium cepa, Ui, bruine gedroogde schillen ervan Anthemis tinctoria, Verfkamille (bloemen ervan) Ligustrum vulgare, Ligustrum, jonge scheuten en blad ervan Reseda luteola, Wouw, de gehele plant.
GROEN (ig) Urtica dioica, Brandnetel, de hele plant Ligustrum vulgare, Ligustrum de rijpe bessen ervan Asarum europaeum, Mansoor, de wortel ervan Sambucus nigra, Vlier, blad ervan met aluin Betula, Berk takken met aluin Allium cepa, Ui verse binnenste schillen (met ijzersulfaat)
BRUIN (achtig) Rubus, Braam, jonge scheuten van de plant Juniperus communis, Jeneverbes, de gedroogde geplette bessen ervan Juglans regia, Walnoot, blad, groene dop en de schil
ZWART Arctostaphylos uva-ursi, Beredruif, gedroogd blad met ijzer Filipendula ulmaria, Moerasspirea, de wortel ervan
|